Antistoffen tegen Q-koortsbacterie hebben geen relatie met sterfte of ziektebeloop

UMC Utrecht heeft, onder leiding van dr. Jan Jelrik Oosterheert, onderzoek gedaan naar de voorspellende waarde van IgG-antilichamen voor de diagnose chronische Q-koorts. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van IgG- antilichamen onvoldoende uitsluitsel biedt voor die diagnose. Dat komt omdat de hoogte van de antistoffen igG fase 1 sterk kunnen variëren. Van 1;000 tot 1;400. Dat maakt het verschil tussen mogelijk of bewezen chronische Q-koorts. Er is dan meer onderzoek nodig, waaronder naar de klinische symptomen, PCR-testen en bijvoorbeeld een PET-CT

Lees het artikel op de website van UMC Utrecht.