Chronische Q-koorts

Chronische Q-koorts

Chronische Q-koorts is een zeer ernstig en gevaarlijk gevolg van Q-koorts. Bij deze vorm van Q-koorts is de levende Q-koortsbacterie nog aanwezig in het lichaam. Dit kan levensgevaarlijke ontstekingen veroorzaken aan vaten en hartkleppen. Patiënten kunnen hieraan overlijden. In Nederland zijn er minimaal 74 overledenen te betreuren ten gevolge van chronische Q-koorts.

De volgende groepen patiënten lopen een verhoogd risico:

  • Patiënten met hartklepgebreken, klep- of vaatprothesen of een aneurysma (verwijd bloedvat);
  • Patiënten met een verstoord afweersysteem, bijvoorbeeld door gebruik van immunosuppressiva (geneesmiddel dat de werking van het afweersysteem remt);
  • Zwangere vrouwen.

De diagnose chronische Q-koorts kan gesteld worden op basis van uw klachten, risicofactoren, laboratorium- en beeldvormend onderzoek. Behandeling vindt plaats met een combinatie van antibiotica en anti-malaria middelen die langdurig moeten worden gebruikt (minimaal 18 maanden)

Chronische Q koorts heeft vaak heel weinig symptomen. Bekend zijn:

  • langzaam afvallen,
  • ‘s avonds wat koorts
  • hoesten
  • klachten in de bovenbuik

Het is dus vooral het laboratoriumonderzoek, bij mensen met een verhoogd risico, dat de patiënt en de dokter op de goede weg moet helpen.

Onderzoek 

Chronische Q-koorts kan worden vastgesteld door middel van de volgende onderzoeken:

  • Bloedonderzoek: Met bloedonderzoek kunnen bepaalde antistoffen tegen Q-koorts worden aangetoond in het bloed. Dit kan in bijna alle laboratoria in Nederland worden verricht. Op basis van de aanwezigheid van deze antistoffen en de hoeveelheid van deze antistoffen door de tijd, kan bepaald worden of iemand acute Q-koorts of chronische Q-koorts heeft of dat hij/zij een Q-koortsinfectie heeft doorgemaakt.
  • Echo van het hart: Iemand met Q-koorts en hartklepgebreken of met aanwijzingen voor chronische Q-koorts wordt doorverwezen naar de cardioloog. Dan wordt een echo van het hart gemaakt: Het hart wordt bekeken met behulp van geluidsgolven. Zo wordt nagegaan of de Q-koortsbacterie een infectie van de hartkleppen heeft veroorzaakt. Vaak is dit niet voldoende en is een aanvullende PET-scan van de hartkleppen noodzakelijk.
  • PET-scan: Soms is bij chronische Q-koorts niet helemaal duidelijk waar in het lichaam de bacterie een infectie veroorzaakt. Bij chronische Q-koorts kan een verwijde lichaamsslagader of een vaatprothese geïnfecteerd raken. Een PET-scan helpt bij het lokaliseren van de infectie.
  • Echo buik: Als iemand chronische Q-koorts heeft, wordt vaak een echo van de buik gemaakt. Beoordeeld wordt dan of de grote buikslagader (aorta) verwijd is. De Q-koorts bacterie kan namelijk een infectie van de aortawand veroorzaken, met name als dit bloedvat verwijd is.
  • CT-scan van de buik: Soms wordt er ook een CT-scan van de buik gemaakt als iemand chronische Q-koorts heeft. Ook hiermee kan worden beoordeeld of de grote buikslagader (aorta) is aangetast door de Q-koorts bacterie.