1.15. Algemene aandachtspunten bij gesprekken

1.15. Algemene aandachtspunten bij gesprekken

Als u heeft besloten om open over uw ziekte te zijn tegenover uw werkgever kunt u een gesprek met uw werkgever plannen. In dit gesprek kunt u aangeven of u aanpassingen of voorzieningen nodig heeft om uw werk zo goed mogelijk te kunnen doen. Bedenk eventueel ook vast wat voor ander passend werk u eventueel zou willen en kunnen doen als u denkt dat u uw huidige werk niet meer kunt volhouden.

Het is belangrijk om niet alleen je klachten en problemen op het werk aan te geven, maar meer wat je nodig hebt; kom met oplossingen voor je werkgever.

Durf aan te geven dat u bepaalde gesprekken tot nader order wilt uitstellen, bijvoorbeeld totdat u zich voldoende heeft kunnen voorbereiden of heeft kunnen verdiepen in uw rechten. Het is belangrijk om in gesprekken een goede balans te zoeken tussen goed geïnformeerd en assertief zijn en bondgenootschap zoeken met je gesprekspartner.

De ervaring van veel mensen met Q-koorts leert dat te assertief zijn en teveel opkomen voor jezelf ook averechts kan werken. Probeer emoties niet te veel het gesprek te laten beïnvloeden. Zorg dat u niet boos overkomt, dat werkt tegen u. Belangrijk is om de relatie met uw gesprekspartner, bijvoorbeeld uw leidinggevende, goed te houden en conflicten te voorkomen.

Voorbereiding
Bereid een gesprek goed voor en plan ruim de tijd in voor de afspraak. Schrijf van tevoren op wat u belangrijk vindt om tijdens het gesprek te melden, zodat tijdens het gesprek ook werkelijk alles wat voor u van belang is ter sprake komt. Bereid het gesprek samen met iemand voor. U kunt het gesprek ook voorbespreken tijdens het preventief spreekuur met de bedrijfsarts. Een arbeidsdeskundige kan helpen bij het maken van een plan, hij/zij weet waar mogelijkheden en beperkingen liggen en kan maatwerk bieden.

Neem een puntenbriefje of gespreksagenda mee om te voorkomen dat je ‘meegesleurd wordt in het gesprek’

 

Iemand meenemen
Neem, als u dat prettig vindt, iemand mee naar het gesprek. Bedenk dat een familielid emotioneel betrokken is, dit kan averechts werken. Denk bijvoorbeeld aan een goede collega. Bespreek met deze persoon van tevoren uw gespreksagenda. U kunt er eventueel ook voor kiezen een professional, zoals een arbeidsdeskundige mee te nemen.

Het is de ervaring dat in gesprekken met bedrijfsarts en leidinggevende de toon verandert in aanwezigheid van een arbeidsdeskundige. Er komt meer begrip, meer meegaandheid en het is minder kort door de bocht. Aan de andere kant kan het meenemen van een professional juist ook bedreigend overkomen voor uw gesprekspartner en daardoor averechts werken. Daarnaast moet de professional door uzelf betaald worden. Het is belangrijk om van tevoren goed af te wegen wie u mee wilt nemen naar het gesprek.

Tijdens het gesprek
Laat degene die met u meegaat aantekeningen maken tijdens het gesprek. Vraag aan uw gesprekspartner van tevoren of u het gesprek mag opnemen. Leg uit dat u dit doet als geheugensteuntje. Geef tijdens het gesprek een reëel beeld van uw situatie. Geef in het gesprek aan wat u veel energie kost en waar u hulp bij nodig heeft. Geef ook aan waar u uw mogelijkheden, uw kansen ziet, en wat uw wensen zijn. Belangrijk is om zakelijk en redelijk het gesprek in te gaan, probeer niet mee te gaan in de emoties van de ander. Wees duidelijk in uw argumenten, ga niet in de aanval en laat de ander in zijn/haar waarde.

Wees jezelf, voer geen show op. Anders schets je een ander beeld dan normaal. Doe je ook niet beter voor dan je bent in gesprekken met leidinggevende/werkgever, bedrijfsarts en verzekeringsarts.

  • Vraag hulp van een collega of vertrouwenspersoon of deskundige als u denkt erg emotioneel te worden tijdens een gesprek of als de verhoudingen niet zo goed zijn.
  • Als er iets niet helemaal duidelijk is, vraag dan door tot u een antwoord hebt waar u mee verder kunt.
  • Vraag om een schriftelijk verslag van het gesprek, zodat u kunt nakijken of de situatie goed in beeld is gebracht en wat de gemaakte afspraken zijn. Of biedt in geval van uw werkgever aan dat u zelf een kort verslag maakt. Zo houdt u grip over gemaakte afspraken.

Ga naar:
1.1. Inleiding
1.2. Belasting en belastbaarheid
1.3. Werk-privé balans
1.4. Energievreters en energiegevers
1.5. Energieverdeling
1.6. Stellen van grenzen
1.7. Acceptatie
1.8. Waar loopt u tegenaan op het werk?
1.9. Werkwensen
1.10. Denken in mogelijkheden
1.11. Regelmogelijkheden en aanpassingen op het werk
1.12. Werkaanpassingen op maat
1.13. Openheid op het werk
1.14. Omgaan met onbegrip
1.15. Algemene aandachtspunten bij gesprekken
1.16. Contact met bedrijfsarts
1.17. Regelgeving